ECLI:NL:RVS:2013:CA0142
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- B.P. Vermeulen
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot zorgtoeslag wegens verblijfspartner zonder geldige verblijfsstatus
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de herziening en nihilstelling van het voorschot zorgtoeslag voor 2011 door de Belastingdienst, omdat zijn echtgenote geen geldige verblijfsstatus en zorgverzekering had.
De rechtbank oordeelde dat de herziening een wettige inmenging is in het familie- en gezinsleven zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro, en dat het onderscheid in zorgtoeslag op redelijke en objectieve gronden berust, waardoor artikel 14 EVRM Pro niet is geschonden.
Appellant stelde dat de Belastingdienst de positieve verplichting uit artikel 8 EVRM Pro niet had nageleefd en dat het niet toekennen van de toeslag zijn gezin onder het sociaal minimum zou brengen, wat een concrete belangenafweging vereist.
De Afdeling sluit aan bij eerdere rechtspraak en overweegt dat het koppelingsbeginsel in de Awir een redelijke en objectieve rechtvaardiging vormt voor het onderscheid. De Belastingdienst heeft het beroep op zeer bijzondere omstandigheden terecht afgewezen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat het niet toekennen van de toeslag leidt tot een onmenswaardig bestaan voor zijn kinderen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van het voorschot zorgtoeslag bevestigd.