ECLI:NL:RVS:2013:CA0155
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- G.J. Deen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit omgevingsvergunning bedrijfswoning wegens onvoldoende motivering noodzaak
Het college van burgemeester en wethouders van Boekel verleende op 27 januari 2011 een omgevingsvergunning voor de bouw van een bedrijfswoning op een perceel te Venhorst, ter vervanging van een bestaande inpandige bedrijfswoning. Hiertegen maakte appellante bezwaar, dat door het college en later door de rechtbank ongegrond werd verklaard. Appellante stelde dat het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan, omdat het neerkwam op het realiseren van een tweede bedrijfswoning en dat de woning niet als bedrijfswoning kon worden aangemerkt.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het perceel een zelfstandige agrarische bestemming heeft zonder aanduiding die het oprichten van een tweede bedrijfswoning uitsluit. Het college mocht echter niet zonder verder onderzoek aannemen dat de woning een bedrijfswoning was, aangezien het bedrijfsplan onvoldoende aannemelijk maakte dat er een agrarische onderneming zou worden geëxploiteerd. De motivering van het college was ontoereikend.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep gegrond. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante. De uitspraak benadrukt het belang van een deugdelijke motivering bij het verlenen van omgevingsvergunningen voor bedrijfswoningen in agrarisch gebied.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de noodzaak van de bedrijfswoning.