ECLI:NL:RVS:2013:CA0595
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtsgeldigheid inreisverbod bij afwijzing verblijfsvergunning asiel
De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel heeft op 2 februari 2012 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. De voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage heeft op 20 maart 2012 het beroep van de vreemdeling tegen het inreisverbod gegrond verklaard en het besluit in zoverre vernietigd.
Zowel de minister als de vreemdeling hebben hiertegen hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft het hoger beroep van de vreemdeling als kennelijk ongegrond beoordeeld en dat van de minister gegrond verklaard. De Afdeling oordeelde dat het inreisverbod rechtmatig kan worden uitgevaardigd in hetzelfde besluit als de afwijzing van de verblijfsvergunning, in afwijking van de eerdere uitspraak van de voorzieningenrechter.
De uitspraak van de voorzieningenrechter wordt vernietigd voor zover deze het beroep tegen het inreisverbod gegrond heeft verklaard. De Afdeling verklaart het beroep tegen het inreisverbod alsnog ongegrond. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de voorzieningenrechter wordt vernietigd.