ECLI:NL:RVS:2013:CA0597
Raad van State
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- J.W. Prins
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens strijd met zorgvuldigheidsvereiste
De vreemdeling diende op 29 oktober 2012 een asielaanvraag in Nederland in, die door de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel op 6 november 2012 werd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de voorzieningenrechter ten onrechte niet had onderkend dat de staatssecretaris niet zonder meer mocht uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië, het land dat volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de asielprocedure. De vreemdeling had zich terecht beroepen op mogelijke schending van artikel 3 EVRM Pro bij overdracht aan Italië, en de beoordeling hiervan was onvoldoende zorgvuldig uitgevoerd.
De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de voorzieningenrechter en het besluit van 6 november 2012. Desondanks bepaalde de Afdeling dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven, omdat de beschikbare documenten geen aanleiding geven tot een ander oordeel over de overdracht aan Italië. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.