ECLI:NL:RVS:2013:CA0598
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- D. Roemers
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak inzake inbewaringstelling gezin met minderjarige kinderen wegens onvoldoende belangenafweging
Bij besluiten van 11 maart 2013 zijn meerdere vreemdelingen, waaronder een gezin met minderjarige kinderen, in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond. De vreemdelingen stelden hoger beroep in bij de Raad van State en verzochten tevens om schadevergoeding.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris voorafgaand aan de inbewaringstelling een concrete belangenafweging had moeten maken, waarbij rekening gehouden moet worden met de belangen van het gezin en de minderjarige kinderen. Uit het dossier bleek echter niet dat deze afweging had plaatsgevonden. De motivering in de bewaringmaatregelen verwees slechts naar het ontvangen claimakkoord, zonder concreet te onderbouwen waarom het gehele gezin in bewaring werd gesteld en waarom geen minder ingrijpende maatregel volstond.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep gegrond. De beroepen van de vreemdelingen tegen de bewaringbesluiten werden alsnog gegrond verklaard. Omdat de vrijheidsontnemende maatregelen reeds waren opgeheven, werd geen bevel tot opheffing gegeven. Tevens werd een schadevergoeding toegekend over de periode van 11 tot 14 maart 2013 en werden proceskosten aan de vreemdelingen toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de beroepen tegen de inbewaringstellingsbesluiten worden alsnog toegewezen wegens het ontbreken van een concrete belangenafweging.