ECLI:NL:RVS:2013:CA0608

Raad van State

Datum uitspraak
15 mei 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
201211037/1/V1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • A.B.M. Hent
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens vervallen werking vertrekmoratorium

De vreemdeling had een aanvraag ingediend om onder de werking van het vertrekmoratorium te worden gebracht, maar deze aanvraag werd door de minister voor Immigratie en Asiel op 21 juli 2011 afgewezen. Na een bezwaarprocedure en een uitspraak van de rechtbank die het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaarde, stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State.

Uit het besluit van 21 augustus 2012 tot wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000 bleek dat het vertrekmoratorium met ingang van 7 juli 2012 niet meer van toepassing was. Hierdoor kon de vreemdeling niet meer onder het moratorium worden gebracht, waardoor het hoger beroep geen kans van slagen had.

De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling geen belang had bij de beoordeling van het hoger beroep, waardoor het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 15 mei 2013.

Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het vervallen van het vertrekmoratorium.

Uitspraak

201211037/1/V1.
Datum uitspraak: 15 mei 2013
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Dordrecht, van 30 oktober 2012 in zaak nr. 12/24756 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel (hierna: de minister).
Procesverloop
Bij besluit van 21 juli 2011 heeft de minister voor Immigratie en Asiel een aanvraag van de vreemdeling om hem onder de werking van het vertrekmoratorium, ingesteld bij besluit van die minister van 15 juni 2011 (nr. 599489/11; Stcrt. 2011, 12224; hierna: het vertrekmoratorium), te brengen, afgewezen.
Bij besluit van 25 juni 2012 heeft de minister het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit is aangehecht.
Bij uitspraak van 30 oktober 2012 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht.
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft een verweerschrift ingediend.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. Uit het besluit van 21 augustus 2012 tot wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000 (WBV 2012/20) volgt dat het vertrekmoratorium met ingang van 7 juli 2012 niet meer van toepassing is. Dit brengt met zich dat de vreemdeling niet meer onder de werking van het vertrekmoratorium kan worden gebracht, zodat gegrondverklaring van het hoger beroep en beroep, dat tot gevolg zou hebben dat de staatssecretaris een nieuw besluit op het door de vreemdeling gemaakte bezwaar moet nemen, niet kan leiden tot gegrondbevinding van het gemaakte bezwaar en inwilliging van de aanvraag. De vreemdeling kan met het hoger beroep zijn doel niet bereiken en heeft dus geen belang bij de beoordeling ervan.
2. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. A.B.M. Hent, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.A. de Vink, ambtenaar van staat.
w.g. Hent w.g. De Vink
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 15 mei 2013
382-716.