ECLI:NL:RVS:2013:CA0608
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens vervallen werking vertrekmoratorium
De vreemdeling had een aanvraag ingediend om onder de werking van het vertrekmoratorium te worden gebracht, maar deze aanvraag werd door de minister voor Immigratie en Asiel op 21 juli 2011 afgewezen. Na een bezwaarprocedure en een uitspraak van de rechtbank die het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaarde, stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State.
Uit het besluit van 21 augustus 2012 tot wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000 bleek dat het vertrekmoratorium met ingang van 7 juli 2012 niet meer van toepassing was. Hierdoor kon de vreemdeling niet meer onder het moratorium worden gebracht, waardoor het hoger beroep geen kans van slagen had.
De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling geen belang had bij de beoordeling van het hoger beroep, waardoor het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 15 mei 2013.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het vervallen van het vertrekmoratorium.