ECLI:NL:RVS:2013:CA0613
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over rechtmatigheid vreemdelingenbewaring en rechterlijke toetsing
De vreemdeling was op 15 september 2012 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tegen dit besluit stelde hij beroep in bij de rechtbank, die dit beroep op 5 oktober 2012 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht de verschillende beroepsgronden heeft beoordeeld, waaronder de klacht dat de rechterlijke toetsing niet spoedig genoeg plaatsvond. De Afdeling stelde vast dat de rechtbank binnen de wettelijke termijnen uitspraak deed en daarmee voldeed aan het vereiste van een spoedige beslissing conform het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Verder werd geoordeeld dat de rechtbank voldoende rekening had gehouden met het beginsel van eerbiediging van de rechten van verdediging, ondanks dat de vreemdeling stelde onvoldoende te zijn gehoord en geen inzage in stukken had gehad. De klacht dat de piketadvocaat geen rol van betekenis speelde, faalde omdat de vreemdeling geen bijstand wenste.
De Raad van State zag geen reden om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarbij de gronden werden verbeterd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank dat de vreemdelingenbewaring rechtmatig is en verklaart het hoger beroep van de vreemdeling ongegrond.