ECLI:NL:RVS:2013:CA0616
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit en toewijzing beroep vreemdeling wegens ontbreken wettelijke grondslag vertrektermijn
De minister voor Immigratie en Asiel heeft op 25 juni 2011 een terugkeerbesluit genomen waarin de vreemdeling werd opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten. De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 24 augustus 2011 niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling stelde dat vernietiging van het terugkeerbesluit gevolgen heeft voor de vraag of hij in vreemdelingenbewaring mocht worden gesteld, hetgeen tot schadeplichtigheid van de staatssecretaris leidt. De Afdeling verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is vastgesteld dat het ontbreken van een wettelijke grondslag voor het onthouden van een vertrektermijn in strijd is met de Vreemdelingenwet 2000 en de Europese Terugkeerrichtlijn.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 24 augustus 2011, en herroept het terugkeerbesluit van 25 juni 2011. Tevens veroordeelt zij de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. Deze uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit is herroepen en het beroep van de vreemdeling is gegrond verklaard met vergoeding van proceskosten.