ECLI:NL:RVS:2013:CA0617
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gegrondheid hoger beroep tegen terugkeerbesluit vreemdeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft op 15 september 2012 een terugkeerbesluit genomen waarbij de vreemdeling werd opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, die dit op 30 oktober 2012 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In het hoger beroep werd onder meer betoogd dat de procedurele waarborgen van artikel 41 van Pro het Handvest van de Europese Unie niet waren nageleefd, met name dat de vreemdeling onvoldoende gelegenheid had gehad zich te verweren en een raadsman te raadplegen. De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris de vreemdeling voorafgaand aan het besluit voldoende heeft gehoord en op de mogelijkheid tot rechtsbijstand heeft gewezen, en dat het terugkeerbesluit binnen de materiële werkingssfeer van het Handvest valt.
De Afdeling verwierp de klachten over schending van het recht op een eerlijk proces en effectieve rechtsbescherming en zag geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling alsnog ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling tegen het terugkeerbesluit alsnog ongegrond verklaard.