ECLI:NL:RVS:2013:CA0630
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- C.H.M. van Altena
- J.A. Hagen
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Herziening besluit over vergoeding planschade door project Fonteyne in Vlissingen
Het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen wees een verzoek van appellant om vergoeding van planschade en nadeel als gevolg van het project Fonteyne af. Dit project omvatte de aanleg van een ondergrondse parkeergarage, nieuwbouw en herinrichting van het openbaar gebied in de binnenstad van Vlissingen, uitgevoerd tussen 2003 en 2007.
Appellant exploiteert sinds 1999 een cd-winkel en verkocht tussen 2002 en 2006 ook alternatieve kleding en cadeauartikelen vanuit de kelder. Zij stelde schade te hebben geleden door omzetverlies als gevolg van afgesloten aanvoerroutes en loopverbindingen tijdens de werkzaamheden. De rechtbank stelde 23 december 1999 als peildatum voor voorzienbaarheid vast en oordeelde dat appellant toen rekening had moeten houden met nadelige gevolgen van het project. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de afwijzing van nadeelcompensatie deels gegrond en beval het college een nieuw besluit te nemen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het college het besluit van 24 juni 2010 moet herzien of nader motiveren, omdat het niet inhoudelijk heeft onderzocht of en in welke mate appellant schade heeft geleden die voor vergoeding in aanmerking komt. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met schadebeperkende maatregelen zoals internetverkoop en ambulante handel. Tevens wordt geoordeeld dat de rechtbank ten onrechte heeft aangenomen dat het omzetverlies van de verkoop van kleding en cadeauartikelen na 2002 voor rekening van appellant blijft, omdat deze activiteiten geen zelfstandige bedrijfsuitbreiding vormden.
De Afdeling draagt het college op binnen 20 weken een nieuw of nader gemotiveerd besluit te nemen en dit aan de Afdeling toe te zenden. In de einduitspraak zal worden beslist over proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het college wordt opgedragen het besluit over vergoeding van planschade nader te motiveren of te herzien binnen 20 weken.