ECLI:NL:RVS:2013:CA0648
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens onvoldoende bewijs identiteit en nationaliteit
De appellant verzocht om het Nederlanderschap, maar de minister wees dit verzoek af wegens onvoldoende bewijs van identiteit en nationaliteit. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De kern van het geschil betrof het ontbreken van een gelegaliseerde geboorteakte en een geldig buitenlands reisdocument. De appellant stelde bewijsnood te hebben vanwege de situatie in Tsjetsjenië en het ontbreken van registratie in herstelregisters, maar kon dit niet voldoende aantonen.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris terecht de eis stelde dat de appellant haar identiteit en nationaliteit aantoont, onder meer door het overleggen van een geldig paspoort. De rechtbank had terecht geoordeeld dat de appellant niet alle mogelijke stappen had ondernomen om de benodigde documenten te verkrijgen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd.