ECLI:NL:RVS:2013:CA0674

Raad van State

Datum uitspraak
22 mei 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
201209144/1/A1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.1 Wabo
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken belang bij omgevingsvergunning horeca gebruik

Het dagelijks bestuur van het stadsdeel Zuid heeft op 7 juni 2011 een omgevingsvergunning verleend voor het gebruik van een deel van een winkelpand als ondersteunende horeca. Tegen dit besluit maakte appellant bezwaar, dat werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.

Tijdens de procedure stelde het dagelijks bestuur dat appellant geen belang meer had bij een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep, omdat het bestemmingsplan 'Stadion- en Beethovenbuurt 2012' was vastgesteld en het gevraagde gebruik daarmee in overeenstemming was. Dit bestemmingsplan was onherroepelijk geworden omdat er geen rechtsmiddelen tegen waren ingesteld.

De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het gebruik van minder dan 30% van de netto vloeroppervlakte als horeca binnen de bestemming 'Gemengd-2' met horeca van categorie 4 valt, waardoor geen omgevingsvergunning meer nodig is. Hierdoor ontbreekt het appellant aan belang bij het hoger beroep, dat daarom niet-ontvankelijk werd verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van belang door het geldende bestemmingsplan.

Uitspraak

201209144/1/A1.
Datum uitspraak: 22 mei 2013
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te Amsterdam,
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 14 augustus 2012 in zaak nr. 12/813 in het geding tussen:
[appellant]
en
het dagelijks bestuur van het stadsdeel Zuid.
Procesverloop
Bij besluit van 7 juni 2011 heeft het dagelijks bestuur aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het gebruik van een deel van het winkelpand als ondersteunende horeca op het perceel [locatie] te Amsterdam (hierna: het perceel).
Bij besluit, verzonden op 25 januari 2012, heeft het dagelijks bestuur naar aanleiding van het door [appellant] gemaakte bezwaar besloten het besluit van 7 juni 2011 in stand te laten.
Bij uitspraak van 14 augustus 2012 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
Het dagelijks bestuur heeft een verweerschrift ingediend.
[appellant] heeft nadere stukken ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 april 2013, waar [appellant], en het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door mr. K. Visser-Homoet, werkzaam bij het stadsdeel, zijn verschenen.
Overwegingen
1. Het dagelijks bestuur stelt zich op het standpunt dat [appellant] geen belang meer heeft bij een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep, nu de deelraad van het stadsdeel Zuid bij besluit van 27 september 2012 het bestemmingsplan "Stadion- en Beethovenbuurt 2012" heeft vastgesteld en het gevraagde gebruik daarmee in overeenstemming is.
1.1. Tegen het vaststellingsbesluit zijn, voor zover dit het perceel betreft, geen rechtsmiddelen aangewend en het bestemmingsplan is in zoverre in werking getreden. Door [appellant] zijn geen feiten of omstandigheden gesteld, die mogelijkerwijs tot vernietiging van het vaststellingsbesluit leiden. De omgevingsvergunning heeft betrekking op het gebruik van minder dan 30 % van de netto vloeroppervlakte van de winkel voor ondersteunende horeca. Vast staat dat dit gebruik in overeenstemming is met de op het perceel rustende bestemming "Gemengd-2" met de aanduiding "horeca van categorie 4", zodat voor het gevraagde gebruik geen omgevingsvergunning meer nodig is als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Dit brengt mee dat geen belang meer bestaat bij een beoordeling van de rechtmatigheid van de omgevingsvergunning.
2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.M. van Driel, ambtenaar van staat.
w.g. Bijloos w.g. Van Driel
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 22 mei 2013
414-776.