ECLI:NL:RVS:2013:CA0700
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding extra uren rechtsbijstand wegens ontbreken feitelijke en juridische complexiteit
De zaak betreft het hoger beroep tegen het besluit van de Raad voor Rechtsbijstand om een aanvraag voor vergoeding van extra uren rechtsbijstand af te wijzen. De aanvraag was gedaan door een advocaat ten behoeve van een cliënt. De rechtbank had het beroep van de advocaat ongegrond verklaard en dat van de cliënt niet-ontvankelijk.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt dat volgens de Wet op de rechtsbijstand en het Besluit vergoedingen rechtsbijstand alleen extra uren worden toegekend indien er sprake is van feitelijke of juridische complexiteit, die objectief aantoonbaar moet zijn. Persoonlijke omstandigheden van de cliënt zijn daarvoor onvoldoende.
De appellant die niet-ontvankelijk werd verklaard, had geen belang meer omdat de onderliggende zaak was afgerond en het al dan niet toekennen van extra uren geen financiële gevolgen had. De advocaat voerde aan dat de zaak meerdere zittingen kende en verschillende juridische uitgangspunten, maar dit werd onvoldoende geacht om de complexiteit aan te nemen.
De Raad van State bevestigt de eerdere uitspraak en oordeelt dat de beoordelingsvrijheid van de Raad voor Rechtsbijstand bij de goedkeuring van de begroting terughoudend wordt getoetst. Er is geen aanleiding om het besluit te vernietigen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor vergoeding van extra uren rechtsbijstand.