ECLI:NL:RVS:2013:CA0708
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen door bedrijf
De minister legde op 13 mei 2011 aan [bedrijf A] een boete van €8.000,- op wegens twee overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). [Bedrijf A] maakte bezwaar en stelde dat de betrokken Roemeense vreemdelingen als zelfstandigen moesten worden beschouwd, waardoor geen vergunningplicht zou gelden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en [bedrijf A] ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het vrij verkeer van werknemers binnen de EU onder overgangsmaatregelen valt en dat Nederland de vergunningplicht tot 1 januari 2014 handhaaft. Uit het boeterapport bleek dat de vreemdelingen arbeid verrichtten zonder vergunning, waarbij zij onder gezag van [bedrijf A] stonden. Het controlerapport van de Belastingdienst, dat de vreemdelingen als zelfstandigen bestempelde, werd niet doorslaggevend geacht omdat het slechts diende voor belastingheffing.
De Raad van State bevestigde dat de vreemdelingen niet als zelfstandigen konden worden aangemerkt, mede gelet op jurisprudentie van het Hof van Justitie over gezagsverhouding en eigen verantwoordelijkheid. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de boeteoplegging bevestigd. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €8.000,- wegens het laten verrichten van arbeid zonder tewerkstellingsvergunning.