ECLI:NL:RVS:2013:CA0711
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens onvoldoende bewijs identiteit en nationaliteit
De minister heeft het verzoek van de vreemdeling om het Nederlanderschap te verkrijgen afgewezen omdat hij geen gelegaliseerde geboorteakte en geldig buitenlands reisdocument heeft overgelegd. De vreemdeling stelde dat zijn identiteit en nationaliteit ook op andere wijze konden worden vastgesteld, onder meer via inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie en een vreemdelingenpaspoort.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris bevoegd is om bewijs van identiteit en nationaliteit te eisen volgens de Handleiding bij de Rijkswet op het Nederlanderschap, waaronder het overleggen van een geldig buitenlands paspoort. De inschrijving in de GBA en de verblijfsvergunning bieden geen voldoende bewijs omdat deze niet op gelegaliseerde documenten zijn gebaseerd.
Verder heeft de vreemdeling onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij in bewijsnood verkeert. Zijn pogingen bij de Chinese ambassade en de overgelegde verklaring van de Dienst voor Betrekkingen met overzeese Chinezen zijn niet gemotiveerd en leveren geen bewijs op dat hij geen documenten kan verkrijgen. Ook heeft hij niet aangetoond dat hij een visum of toegang tot China kan verkrijgen om zelf documenten op te halen.
Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Arnhem wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd.