ECLI:NL:RVS:2013:CA1286
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek bescherming in land van herkomst
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister op 21 maart 2012 werd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond, waarna de vreemdeling hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de staatssecretaris voldoende onderzoek had verricht naar de algemene beschermingsmogelijkheden die de autoriteiten in Libanon bieden tegen eerwraak. Volgens de jurisprudentie dient de staatssecretaris eerst te onderzoeken of in het land van herkomst in het algemeen bescherming wordt geboden, alvorens te beoordelen of het vragen van bescherming voor de vreemdeling zelf gevaarlijk of zinloos is.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris dit algemene onderzoek niet had verricht, wat een schending van artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht betekent. Hierdoor was het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning onrechtmatig. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter en het besluit van de minister vernietigd, en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar algemene bescherming in het land van herkomst.