ECLI:NL:RVS:2013:CA1289
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking verblijfsvergunning asiel
De minister voor Immigratie en Asiel heeft op 12 mei 2011 de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank 's-Gravenhage, die het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde.
Zowel de minister als de vreemdeling stelden hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep van de vreemdeling kennelijk ongegrond is, terwijl het hoger beroep van de minister gegrond werd verklaard.
De Raad stelde vast dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de minister het besluit niet deugdelijk had gemotiveerd. De minister had voldoende onderbouwd dat de situatie in Irak, met name in Bagdad, niet voldeed aan de voorwaarden voor het behoud van de verblijfsvergunning. De door de vreemdeling overgelegde stukken boden geen aanleiding tot twijfel aan het ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken.
Daarom vernietigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de intrekking van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.