ECLI:NL:RVS:2013:CA1298
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid mvv-vereiste bij weigering verblijfsvergunning in het kader van gezinsleven
De vreemdeling, gehuwd met een Nederlandse echtgenote en vader van twee Nederlandse kinderen, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke werd geweigerd wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De rechtbank had het bezwaar van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de staatssecretaris stelde hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het recht op gezinsleven volgens artikel 8 EVRM Pro geldt, maar dat inmenging gerechtvaardigd kan zijn indien dit noodzakelijk is in een democratische samenleving. De staatssecretaris had de bijzondere omstandigheden van het gezin, waaronder medische problemen en de zorgrol van de vreemdeling, meegewogen, maar oordeelde dat deze niet zodanig waren dat vrijstelling van het mvv-vereiste gerechtvaardigd was.
De Afdeling stelde vast dat de staatssecretaris alle relevante feiten en omstandigheden had betrokken in een belangenafweging die een fair balance vormde tussen het belang van de vreemdeling en het Nederlandse toelatingsbeleid. De rechtbank had dit niet juist beoordeeld. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de weigering van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.