ECLI:NL:RVS:2013:CA1307
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- I.S. Vreken-Westra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring omtrent gedrag voor buschauffeur na zedendelict
Appellant vroeg een verklaring omtrent het gedrag (VOG) aan voor de functie van buschauffeur bij HTM Specials. De staatssecretaris gaf aanvankelijk een VOG af, maar trok deze later in vanwege een eerdere veroordeling in 1999 voor zedendelicten tegen een minderjarige. Appellant maakte bezwaar, dat werd afgewezen, en ook de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat de situatie anders was dan bij zijn eerdere aanvraag voor een taxichauffeurspas, omdat hij nu groepen vervoert en er altijd begeleiding aanwezig is, waardoor geen één-op-één situaties ontstaan. Tevens voerde hij aan dat de weigering evident disproportioneel is vanwege zijn stabiele leven en eerdere afgifte van VOG's.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de situatie niet wezenlijk verschilde en dat de één-op-één relatie bij buschauffeurs weliswaar minder evident is, maar niet is uitgesloten. Gezien de aard van het delict en het feit dat appellant kinderen vervoert, is de weigering niet evident disproportioneel. De eerdere afgifte van VOG's in 2000 en 2005 weegt niet zwaarder dan het aangescherpte beleid. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De weigering om een verklaring omtrent het gedrag af te geven wordt bevestigd wegens het risico voor de samenleving na een eerdere zedendelictveroordeling.