ECLI:NL:RVS:2013:CA1352
Raad van State
- Hoger beroep
- D. Roemers
- J. de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning uitweg ondanks bezwaar over verkeersveiligheid en belangenafweging
Het college van burgemeester en wethouders van Emmen verleende op 12 april 2011 een uitwegvergunning voor een perceel te Emmen. Appellanten maakten bezwaar tegen deze vergunning, met name vanwege verkeersveiligheid en het ontbreken van beperkingen op het gebruik van de uitweg. Het college handhaafde het besluit met een aanvullende motivering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond.
Appellanten stelden in hoger beroep dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom de veiligheid van de weg niet in het geding zou zijn en dat de rechtbank onterecht het advies van een verkeerskundig bureau niet had betrokken. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het verlenen van een uitwegvergunning een discretionaire bevoegdheid is en dat het college beoordelingsvrijheid heeft. De rechtbank had terecht geoordeeld dat geen gevaar voor de verkeersveiligheid bestaat, mede door de ligging in een hofje met bestemmingsverkeer en lage rijsnelheden.
Verder stelde appellanten dat het college geen belangenafweging had gemaakt zoals voorgeschreven in de beleidsregels. De Afdeling stelde dat de APV als algemeen verbindend voorschrift voorrang heeft en dat een vergunning slechts geweigerd kan worden op grond van specifieke weigeringsgronden. Omdat deze niet aanwezig zijn, is een belangenafweging niet aan de orde.
De overige bezwaren van appellanten faalden eveneens. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunning wordt bevestigd.