ECLI:NL:RVS:2013:CA2004
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- A.W.M. Bijloos
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vaststelling inreisverbod en rechtsgevolgen na vernietiging door rechtbank
Bij besluit van 8 maart 2012 vaardigde de minister een inreisverbod uit tegen de vreemdeling. De rechtbank 's-Gravenhage heeft dit besluit op 31 augustus 2012 vernietigd en het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard. De minister, inmiddels staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De staatssecretaris voerde aan dat hij de vreemdeling in de beroepsfase alsnog schriftelijk de gelegenheid heeft geboden om individuele omstandigheden aan te voeren die aanleiding konden geven tot het afzien van het inreisverbod of verkorting van de duur daarvan. Deze gelegenheid werd via een brief aan de gemachtigde van de vreemdeling gegeven, conform artikel 2:1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand heeft gelaten, omdat het gebrek aan hoor en wederhoor in de bestuurlijke fase in de beroepsfase is hersteld. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de rechtsgevolgen van het besluit niet in stand liet, en bepaalde dat deze rechtsgevolgen voortaan in stand blijven. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het inreisverbodbesluit van 8 maart 2012 blijven in stand na vernietiging door de rechtbank.