ECLI:NL:RVS:2013:CA2005
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- S.I.M. Peute
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering afgifte verblijfsdocument gemeenschapsonderdaan
De vreemdeling had bij besluit van 20 januari 2011 een aanvraag ingediend voor afgifte van een document dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan bevestigt, welke werd afgewezen door de minister voor Immigratie en Asiel. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar dat op 28 maart 2012 opnieuw ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk, waarbij de uitspraak in de plaats trad van het vernietigde besluit.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State overwoog dat het hoger beroep gegrond was, omdat de rechtbank ten onrechte had nagelaten de vergoeding van het betaalde griffierecht aan de vreemdeling te gelasten, terwijl zij het beroep gegrond had verklaard. Daarom vernietigde de Raad van State het vonnis voor zover het griffierecht betreft en gelastte dat de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie het griffierecht vergoedt.
Daarnaast bepaalde de Raad van State dat het door de vreemdeling in hoger beroep betaalde griffierecht door de secretaris van de Raad van State wordt terugbetaald. Voor een proceskostenveroordeling was geen aanleiding. De rest van de uitspraak van de rechtbank bleef ongewijzigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de vergoeding van het griffierecht wordt gelast.