ECLI:NL:RVS:2013:CA2013
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid beroep vreemdeling tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De minister voor Immigratie en Asiel wees op 3 mei 2011 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die op 22 december 2011 het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen. De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de minister onvoldoende had gemotiveerd dat de vreemdeling bij terugkeer naar de Democratische Republiek Congo (DRC) geen reëel risico liep op ernstige bedreiging. De rechtbank had ook onterecht geoordeeld dat de vreemdeling aannemelijk had gemaakt dat zij als alleenstaande vrouw risico liep op (seksueel) geweld.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.