ECLI:NL:RVS:2013:CA2020
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- R.F.J. Bindels
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring beroep tegen bericht Dienst Justitiële Inrichtingen over detentie
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zwolle-Lelystad, die het beroep niet-ontvankelijk had verklaard tegen een bericht van de Dienst Justitiële Inrichtingen van 16 oktober 2009. Dit bericht stelde dat er geen overwegende medische bezwaren bestonden tegen de detentie van appellant.
Appellant had verzocht om uitstel van de tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf vanwege een geslachtsveranderende operatie, maar werd uiteindelijk gearresteerd en gedetineerd. De voorzieningenrechter oordeelde dat tegen het bericht van de Dienst geen rechtsmiddel openstond en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat het bericht van de Dienst valt onder de uitzondering in artikel 1:6 Awb Pro, waardoor de rechtbank onbevoegd was om kennis te nemen van het beroep. De voorzieningenrechter had het beroep daarom niet niet-ontvankelijk moeten verklaren, maar zich onbevoegd moeten verklaren.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de voorzieningenrechter voor zover deze het beroep niet-ontvankelijk verklaarde en verklaart de rechtbank onbevoegd kennis te nemen van het beroep. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellant terugbetaald.
Uitkomst: De rechtbank is onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen het bericht van de Dienst Justitiële Inrichtingen, het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het griffierecht wordt terugbetaald.