ECLI:NL:RVS:2013:CA2034
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A. Hagen
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. Uylenburg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vergunning elektriciteitscentrale Eemshaven wegens gebrek aan belanghebbendheid
Bij besluit van 19 juni 2012 verleenden de colleges een vergunning aan RWE Eemshaven Holding B.V. voor de bouw en exploitatie van een elektriciteitscentrale aan de Eemshaven. Appellanten, waaronder appellant sub 1A en appellant sub 2, maakten bezwaar tegen deze vergunning, maar hun bezwaren werden door de colleges niet-ontvankelijk verklaard omdat zij volgens de colleges geen belanghebbenden waren.
Appellant sub 1B had geen eigen bezwaarschrift ingediend en werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Appellant sub 1A woonde op circa 14 kilometer van de centrale en stelde dat hij wel belanghebbende was vanwege mogelijke schadelijke emissies en de nabijheid van Natura 2000-gebieden. De Afdeling oordeelde dat de afstand te groot was en dat er geen objectief en persoonlijk belang was aangetoond dat hem onderscheidde van anderen in de omgeving.
Appellant sub 2 woonde op ongeveer 34 kilometer afstand en voerde aan ook namens de kieskring Aurich in de Duitse Bondsdag op te treden. Dit werd niet als voldoende belanghebbendheid beschouwd. De Afdeling bevestigde dat een moreel of politiek belang niet volstaat voor belanghebbendheid.
De Raad van State verklaarde het beroep van appellant sub 1B niet-ontvankelijk en de beroepen van appellant sub 1A en appellant sub 2 ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellant sub 1B is niet-ontvankelijk verklaard en de beroepen van appellant sub 1A en appellant sub 2 zijn ongegrond verklaard wegens gebrek aan belanghebbendheid.