ECLI:NL:RVS:2013:CA2046
Raad van State
- Hoger beroep
- D. Roemers
- J. de Vries
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken gronden tegen inschrijving vertrek met bestemming onbekend
Het college van burgemeester en wethouders van Almere heeft op 9 augustus 2011 ambtshalve in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens opgenomen dat appellant is vertrokken met bestemming 'onbekend'. Appellant vroeg vervolgens om inschrijving op een briefadres, wat door het college werd afgewezen. Tegen deze besluiten maakte appellant bezwaar, dat door het college werd afgewezen en later ingetrokken. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk en ongegrond. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In het hoger beroepschrift vermeldde appellant echter geen gronden van het beroep, zoals vereist op grond van artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Ondanks een schriftelijke waarschuwing en de mogelijkheid om het verzuim te herstellen, werden geen concrete gronden aangevoerd. Ter zitting gaf appellant geen nadere toelichting op het ontbreken van gronden.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Tevens wees zij het verzoek om schadevergoeding af, omdat schadevergoeding slechts mogelijk is indien het beroep gegrond wordt verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer op 5 juni 2013.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden in het beroepschrift.