ECLI:NL:RVS:2013:CA2056
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over kinderopvangtoeslag 2007 na bezwaar en beroep
De Belastingdienst stelde de kinderopvangtoeslag voor 2007 vast op €4.428 en vorderde teveel betaalde voorschotten terug. Appellant maakte bezwaar en beroep tegen deze besluiten. De rechtbank vernietigde het besluit van 11 februari 2011 wegens strijd met de Algemene wet bestuursrecht, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de opvang via een geregistreerd gastouderbureau plaatsvond.
Appellant voerde aan dat de opvang via het gastouderbureau ViaViela was geregeld en dat een schriftelijke overeenkomst niet verplicht was. De Raad van State overwoog dat op grond van de Wet kinderopvang (Wko) en de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) een schriftelijke overeenkomst met het gastouderbureau vereist is om aanspraak te maken op kinderopvangtoeslag.
Omdat appellant geen akte van een dergelijke overeenkomst had overgelegd, oordeelde de Raad van State dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat appellant geen recht had op de toeslag. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.