ECLI:NL:RVS:2013:CA2085
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- M.M. van Driel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit inzake te hoge erfafscheiding aan voorzijde standplaats in Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde appellante een last onder dwangsom op om een erfafscheiding aan de voorzijde van haar standplaats terug te brengen tot maximaal 1 meter hoogte, omdat deze zonder vergunning hoger dan toegestaan was gebouwd.
Appellante voerde aan dat de erfafscheiding vergunningvrij was en dat het college niet bevoegd was tot handhaving, onder meer vanwege overgangsrecht en bijzondere omstandigheden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de erfafscheiding niet vergunningvrij is omdat deze hoger is dan 1 meter en niet voldoet aan de voorwaarden van het Besluit omgevingsrecht. Verder is gebleken dat appellante zeggenschap had over de plaats en omvang van de erfafscheiding en dat het college bevoegd is om handhavend op te treden.
Er is geen concreet zicht op legalisering en geen bijzondere omstandigheden die handhaving zouden verbieden. Het belang van handhaving en het voorkomen van precedentwerking wegen zwaarder dan het belang van appellante. De kosten van verwijdering zijn onvoldoende om handhaving te weigeren.
Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit bevestigd.