ECLI:NL:RVS:2013:CA2100
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde op 12 juli 2011 een boete van €8.000,- op aan de wederpartij wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
De rechtbank Groningen verklaarde het beroep van de wederpartij tegen deze boete gegrond en vernietigde het besluit van de minister. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de inspecteur de wettelijk vereiste cautie aan de wettelijk vertegenwoordigster van de wederpartij had gegeven voorafgaand aan het verhoor, dat de schriftelijke verklaring van de wederpartij rechtsgeldig was verkregen, en dat de overtreding van de Wav door de wederpartij vaststond. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat de minister niet bevoegd was de boete op te leggen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de wederpartij ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de wederpartij ongegrond.