ECLI:NL:RVS:2013:CA2105
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- M.R. Poot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag gesubsidieerde rechtsbijstand voor bedrijfsschuld
De appellant, eigenaar van een eenmanszaak, vroeg gesubsidieerde rechtsbijstand aan voor verweer tegen een vordering van €5.000 door een wederpartij. De Raad voor Rechtsbijstand wees de aanvraag af omdat het voortbestaan van het bedrijf niet afhankelijk was van het resultaat van de rechtsbijstand.
De rechtbank vernietigde het besluit wegens onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat appellant niet aannemelijk maakte dat het bedrijf door de vordering zou worden bedreigd. De rechtbank betrok het gemiddeld bedrijfsresultaat en de mogelijkheid tot verkoop van een auto om de vordering te voldoen.
Appellant voerde aan dat de rechtbank onterecht toekomstige vorderingen en proceskosten niet meenam en dat het bedrijf wel degelijk bedreigd werd. De Raad van State oordeelde dat alleen het aangevraagde bedrag relevant is en dat proceskosten geen onderdeel van het geschil vormen.
Verder werd geoordeeld dat de rechtbank ten onrechte de verkoop van de auto en het gemiddeld resultaat meenam, maar dat dit niet leidt tot een andere uitkomst. De Raad bevestigde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het bedrijf door de vordering in betalingsonmacht zou raken.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd met verbeterde motivering.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag gesubsidieerde rechtsbijstand bevestigd.