ECLI:NL:RVS:2013:CA2856
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van tewerkstellingsvergunningen voor Roemeense werknemers
De zaak betreft het hoger beroep tegen besluiten van de Raad van bestuur van het UWV WERKbedrijf die aanvragen van een maatschap om tewerkstellingsvergunningen voor Roemeense werknemers afwezen of onder voorwaarden verleenden. De maatschap stelde dat de Raad van bestuur zijn uitvoeringspraktijk had verscherpt en daarmee de standstill-bepaling uit het toetredingsverdrag had geschonden.
De rechtbank had het bezwaar van de maatschap gegrond verklaard en het besluit van 16 september 2011 vernietigd. De Raad van bestuur en de maatschap gingen in hoger beroep. De Raad van bestuur voerde aan dat de afname van vergunningen voortkwam uit een toename van prioriteitgenietend arbeidsaanbod en dat de strengere toetsing niet in strijd was met de standstill-bepaling.
De Raad van State oordeelde dat de Raad van bestuur onvoldoende had aangetoond dat de gewijzigde uitvoeringspraktijk niet leidde tot strengere voorwaarden dan op 25 april 2005, zoals de standstill-bepaling vereist. Tevens was niet aangetoond dat de maatschap haar inspanningen volgens het destijds geldende criterium had beoordeeld. Het hoger beroep van de maatschap werd gegrond verklaard, het besluit van 8 mei 2012 vernietigd en de proceskosten werden deels toegewezen.
De uitspraak bevestigt het belang van correcte toepassing van EU-overgangsmaatregelen en de noodzaak van een deugdelijke motivering bij het weigeren van tewerkstellingsvergunningen onder de Wet arbeid vreemdelingen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de maatschap wordt gegrond verklaard, het besluit van 8 mei 2012 vernietigd en de proceskosten worden deels toegewezen.