ECLI:NL:RVS:2013:CA2892
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H.W. Groeneweg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Nederlanderschap door optie wegens verblijfsgaten
De appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de burgemeester van Emmen om haar verklaring tot verkrijging van het Nederlanderschap door optie niet te bevestigen. De weigering was gebaseerd op het feit dat de appellant gedurende de vereiste periode van vijftien jaar onafgebroken verblijfsgaten had, onder meer tussen 4 juni 2008 en 2 september 2008.
De Raad van State overweegt dat de burgemeester bevoegd is om de verblijfsrechtelijke status te onderzoeken en hiertoe de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) kan raadplegen. De IND had vastgesteld dat de verleende verblijfsvergunningen niet steeds in aansluiting op elkaar waren verleend, hetgeen door de appellant niet werd bestreden.
De appellant voerde aan dat de verblijfsgaten het gevolg waren van fouten bij het aanvragen van verlenging en dat deze als verschoonbaar moesten worden beschouwd. De Raad oordeelt echter dat deze kwesties in de vreemdelingenrechtelijke procedure aan de orde hadden moeten worden gesteld en dat het niet indienen van rechtsmiddelen tegen de ingangsdata van verblijfsvergunningen voor haar rekening komt.
Daarom is het besluit van de burgemeester om de optieverklaring niet te bevestigen terecht. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de burgemeester tot bevestiging van de optieverklaring bevestigd wegens verblijfsgaten.