ECLI:NL:RVS:2013:CA2905
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen ondanks beroep op zelfstandigheid en Aanvullend Protocol
De minister legde [appellante] een boete van €32.000 op wegens het laten verrichten van arbeid door Bulgaarse vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de vreemdelingen als zelfstandigen werkten of onder gezag van [appellante]. Hoewel zij als zelfstandigen in het handelsregister stonden ingeschreven, oordeelde de Raad dat de feitelijke situatie, mede op basis van verklaringen van de directeur van [appellante], wees op een gezagsverhouding. Het enkele feit van inschrijving en contractuele bepalingen over zelfstandigheid waren onvoldoende om dit te weerleggen.
Voorts stelde [appellante] zich op het standpunt dat zij zich kon beroepen op artikel 41 van Pro het Aanvullend Protocol bij de Associatieovereenkomst met Turkije, omdat de directeur Turkse nationaliteit heeft. De Raad overwoog echter dat dit artikel niet kan worden ingeroepen door een in Nederland gevestigde onderneming die diensten binnen Nederland verricht, omdat geen sprake is van grensoverschrijdend dienstenverkeer.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de eerdere uitspraak. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €32.000 wegens het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder vergunning en wijst het hoger beroep af.