ECLI:NL:RVS:2013:CA3596
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende voortvarendheid bij mensenhandelonderzoek
Een vreemdeling werd op 30 maart 2013 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tijdens het vooronderzoek gaf hij aan slachtoffer te zijn van mensenhandel en bereid te zijn aangifte te doen. De staatssecretaris heeft echter nagelaten om hem tijdig een barrièregehoor te geven en hem in de gelegenheid te stellen aangifte te doen, ondanks herhaalde verzoeken van de gemachtigde en toezeggingen van de Vreemdelingenpolitie.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen de bewaring ongegrond, maar de Raad van State stelde vast dat de bewaring onrechtmatig was omdat de staatssecretaris niet voortvarend had gehandeld conform de Vreemdelingencirculaire 2000, hoofdstuk B9, dat de bescherming van mogelijke slachtoffers van mensenhandel prioriteit geeft.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond. Omdat de bewaring inmiddels was opgeheven, werd geen bevel tot opheffing gegeven. De vreemdeling kreeg een schadevergoeding toegekend over de periode van de bewaring en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling is onrechtmatig verklaard en hij krijgt een schadevergoeding toegekend.