ECLI:NL:RVS:2013:CA3604
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning en vernietiging inreisverbod wegens ondeugdelijke motivering
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de minister van Justitie op 28 juni 2010 werd afgewezen. Tegen deze afwijzing werd bezwaar gemaakt en beroep ingesteld, maar zowel het bezwaar als het beroep werden ongegrond verklaard. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Daarnaast werd op 12 maart 2012 een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd aan de vreemdeling. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd voor het deel van het beroep dat betrekking had op het inreisverbod, waarna dit werd doorgezonden naar de Afdeling bestuursrechtspraak. In het hoger beroep betoogde de vreemdeling onder meer dat het inreisverbod niet verenigbaar was met het Unierecht en dat het besluit ondeugdelijk was gemotiveerd omdat geen individuele omstandigheden waren meegewogen.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning kennelijk ongegrond was en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Ten aanzien van het inreisverbod stelde de Afdeling vast dat het besluit in strijd was met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht vanwege het ontbreken van een motivering waarin individuele omstandigheden zijn betrokken. Daarom werd het besluit tot het inreisverbod vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand omdat de vreemdeling geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die daaraan afdoen.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. Hiermee werd het beroep deels gegrond verklaard: het inreisverbod werd vernietigd wegens ondeugdelijke motivering, maar de afwijzing van de verblijfsvergunning bleef gehandhaafd.
Uitkomst: Afwijzing verblijfsvergunning bevestigd; inreisverbod vernietigd wegens ondeugdelijke motivering, maar rechtsgevolgen blijven in stand.