ECLI:NL:RVS:2013:CA3610
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verzoek opheffing ongewenstverklaring vreemdeling
De minister voor Immigratie en Asiel wees het verzoek van de vreemdeling om opheffing van zijn ongewenstverklaring af op 21 oktober 2011. Na bezwaar verklaarde de minister dit ongegrond op 28 februari 2012. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met opdracht aan de minister een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de Terugkeerrichtlijn niet van toepassing is omdat de vreemdeling vóór de implementatietermijn was uitgezet. Verder verwierp de Raad de stelling van de staatssecretaris dat de rechtbank ten onrechte geen gebruik had gemaakt van haar bevoegdheid om het uittreksel Justitiële Documentatie nader toe te lichten.
De Raad concludeerde dat de staatssecretaris niet had aangetoond dat de vreemdeling na de ongewenstverklaring een strafbaar feit had gepleegd dat tot verlenging van de termijn voor opheffing zou leiden. Het hoger beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Tot slot werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling en werd een griffierecht geheven.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris kennelijk ongegrond.