ECLI:NL:RVS:2013:CA3626
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- M.M. van Driel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ontheffing en bouwvergunning voor kantoorfunctie op bedrijventerrein Texel
Het college van burgemeester en wethouders van Texel weigerde op 19 april 2010 aan appellant ontheffing en bouwvergunning te verlenen voor het gedeeltelijk veranderen van een binneninrichting op een perceel te Oudeschild. Het bouwplan voorzag onder meer in het legaliseren van een bestaande kantoorfunctie ten behoeve van een gastouderbureau, wat in strijd was met het geldende bestemmingsplan dat het perceel bestemde voor industriële bedrijven.
Appellant stelde dat het college niet in redelijkheid kon weigeren, omdat er geen schaarste aan bedrijventerreinen met industriële bedrijvigheid zou zijn en er sprake was van leegstand. Ook wees hij op eerdere vergunningverlening voor een sportschool op een ander bedrijventerrein. De rechtbank en de Raad van State oordeelden echter dat het college het belang van behoud van het bedrijventerrein voor industriële bedrijven terecht zwaarder heeft gewogen en dat leegstand conjunctureel van aard is.
Verder voerde appellant aan dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden omdat voor een nabijgelegen pand wel een vergunning was verleend voor soortgelijke activiteiten en er een schoonheidssalon was geopend op hetzelfde bedrijventerrein. De Raad van State stelde vast dat die situaties niet vergelijkbaar waren, onder meer omdat daar geen strijd met het bestemmingsplan bestond en het college toezegde handhavend op te treden indien nodig.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Alkmaar bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van ontheffing en bouwvergunning bevestigd.