ECLI:NL:RVS:2013:CA3633
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B.M. Hent
- C.M. Woestenburg-Bertels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens onvoldoende bewijs identiteit en nationaliteit
Appellante verzocht om het Nederlanderschap, maar dit verzoek werd door de minister afgewezen omdat haar identiteit en nationaliteit niet konden worden vastgesteld. Zij had geen geldig buitenlands reisdocument of gelegaliseerde geboorteakte overgelegd.
Appellante stelde dat zij in bewijsnood verkeerde vanwege haar vlucht uit Iran en de politieke situatie aldaar, zoals beschreven in een ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken. De rechtbank oordeelde echter dat zij als houder van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd geen asielgerelateerde gronden had om vrijstelling van het overleggen van documenten te krijgen en dat zij onvoldoende had aangetoond dat zij de documenten niet kon verkrijgen.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde deze beoordeling en wees het hoger beroep af. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de verzoeken van haar moeder en broer onder een ander beleidsregime vielen. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd.