ECLI:NL:RVS:2013:CA3643
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. van Kreveld
- M.W.L. Simons-Vinckx
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen spoedeisende bestuursdwang voor verwijderen gevaarlijke stoffen
In deze zaak heeft het college van burgemeester en wethouders een besluit genomen tot spoedeisende bestuursdwang ter verwijdering van gevaarlijke stoffen uit een bedrijfspand na een brand. De stoffen waren deels onverpakt en verspreid aanwezig, wat een onmiddellijke bedreiging vormde voor de volksgezondheid en het milieu.
De appellanten voerden aan dat zij de betreffende milieuregels niet hadden overtreden, niet als drijvers van de inrichting konden worden aangemerkt en dat de situatie niet spoedeisend was. De Raad van State oordeelde dat de opslag als bedrijfsmatig kon worden aangemerkt en dat de appellanten als eigenaar en directeur verantwoordelijk waren voor het verwijderen van de stoffen. Ook was de spoedeisendheid gegeven vanwege de onverpakte stoffen, de gespannen situatie ter plaatse en het ontbreken van een bankgarantie voor afvoer.
De Raad van State verwierp de bezwaren en verklaarde het beroep ongegrond. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De bestuursdwang was rechtmatig en noodzakelijk om de onmiddellijke bedreiging te beëindigen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot spoedeisende bestuursdwang is ongegrond verklaard.