ECLI:NL:RVS:2013:CA3674
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- G.J. Deen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor vergroting garage met tuinkamer ondanks bezwaar buurman
Het college van burgemeester en wethouders van Vught verleende vergunningen voor het vergroten van een garage met tuinkamer op een perceel, waarbij de bouwwerkzaamheden deels afweken van het bestemmingsplan. De buurman, appellant, maakte bezwaar tegen deze vergunningen en de handhaving daarvan vanwege vermeende strijdigheid met het bestemmingsplan, overschrijding van bouwmaten, en aantasting van zijn woongenot.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Raad beoordeelde onder meer of het college bevoegd was om vergunning te verlenen op grond van de Wabo en het Besluit omgevingsrecht, en of het bouwplan als bijbehorend bouwwerk kon worden aangemerkt ondanks dat het zich op een aangrenzend perceel bevindt.
De Raad oordeelde dat het college terecht de percelen als één geheel mocht beschouwen en dat het bouwplan binnen de wettelijke kaders viel. Ook werd geoordeeld dat de belangenafweging van het college, waarbij rekening werd gehouden met de woonomgeving en privacy, niet onredelijk was. Het bezwaar tegen het negatieve advies van de welstandscommissie faalde omdat het beleid inmiddels was gewijzigd.
De Raad verklaarde het hoger beroep tegen de uitspraak in zaak nr. 11/2342 ongegrond en de hoger beroepen tegen de uitspraken in de zaken 09/5877 en 11/148 niet-ontvankelijk, waarmee de vergunningen en besluiten in stand bleven.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de verleende omgevingsvergunningen en verklaart de hoger beroepen van appellant ongegrond of niet-ontvankelijk.