ECLI:NL:RVS:2013:CA3694
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- M.W.L. Simons-Vinckx
- S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing last onder dwangsom wegens overtreding Natuurbeschermingswet in Natura 2000-gebied
Bij besluit van 24 november 2011 legde het college van gedeputeerde staten van Overijssel een last onder dwangsom op aan appellant B wegens overtreding van artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998 in het Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht. Deze last betrof het herstellen van de waterhuishouding en structuur van een perceel in originele staat. Appellant B en de Beheermaatschappij stelden beroep in tegen het besluit van het college dat het bezwaar van appellant B grotendeels ongegrond verklaarde.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het beroep van de Beheermaatschappij niet-ontvankelijk was omdat zij geen bezwaar had gemaakt. Het beroep van appellant B betrof de vergunningplicht voor de uitgevoerde werkzaamheden die het leefgebied van beschermde vogelsoorten zoals het porseleinhoen, kwartelkoning en grutto aantasten. Het college stelde dat de werkzaamheden leidden tot verlies van leefgebied en daarmee een verslechtering van de natuurlijke habitats veroorzaakten.
De Afdeling stelde vast dat de werkzaamheden zonder vergunning waren uitgevoerd en dat geen concreet zicht op legalisatie bestond. Het beroep op een te hoge dwangsom faalde omdat de hoogte in verhouding stond tot de herstelkosten en het beschermingsniveau van Natura 2000-gebieden. Verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat het besluit niet onrechtmatig was. Het beroep van appellant B werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de Beheermaatschappij is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep van appellant B ongegrond; de last onder dwangsom blijft gehandhaafd.