ECLI:NL:RVS:2013:CA3695
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen wegens zelfstandige werkzaamheden
Bij besluit van 6 december 2011 legde de minister een boete van €8.000 op aan appellant wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de vreemdeling, van Bulgaarse nationaliteit, werkzaam was als zelfstandige of als werknemer onder gezagsverhouding. Appellant stelde dat de vreemdeling vanuit zijn eenmanszaak werkte voor meerdere opdrachtgevers, zonder instructies of controle, en zijn uren zelf bijhield en factureerde.
De Raad van State oordeelde dat er geen gezagsverhouding bestond en dat de vreemdeling zijn werkzaamheden als zelfstandige verrichtte, gebruikmakend van de vrijheid van vestiging zoals neergelegd in artikel 49 van Pro het VWEU. De minister had ten onrechte het standpunt gehandhaafd dat appellant in strijd met de Wav had gehandeld.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, en de boete en het besluit van de minister herroepen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt vernietigd omdat de vreemdeling als zelfstandige werkte.