ECLI:NL:RVS:2014:1006
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Stadsrandgebied wegens strijd met rechtszekerheidsbeginsel en onvolledige regeling windturbine
De raad van de gemeente Lelystad stelde op 28 mei 2013 het bestemmingsplan 'Stadsrandgebied' vast. Tegen dit besluit stelden twee appellanten beroep in. Appellant sub 1 voerde aan dat zijn percelen onvoldoende niet-agrarische bebouwingsmogelijkheden bieden en dat een wijzigingsbevoegdheid ten onrechte was weggelaten. De Afdeling oordeelde dat de raad beleidsvrijheid heeft bij het aanwijzen van bestemmingen en dat appellant sub 1 geen concrete plannen had ingediend die een andere bestemming rechtvaardigen. Het beroep van appellant sub 1 werd ongegrond verklaard.
Appellant sub 2 betoogde dat een planregel die een omgevingsvergunning koppelt aan een Natuurbeschermingswetvergunning in strijd is met de wetgeving en dat voor zijn windturbine geen bouwvlak is voorzien, waardoor herbouw niet mogelijk zou zijn. De Afdeling oordeelde dat de betreffende planregel onvoldoende rechtszekerheid biedt en dat de regeling voor de windturbine onvolledig is, omdat de windturbine niet binnen de toegestane bouwhoogte valt en niet passend is bestemd. Daarom werd het beroep van appellant sub 2 gegrond verklaard en werd het besluit voor die onderdelen vernietigd.
De raad werd opgedragen binnen vier weken de planregel omtrent de omgevingsvergunning aan te passen en binnen 26 weken een nieuwe regeling voor de windturbine vast te stellen. Tevens werd de raad veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant sub 2 en werd appellant sub 1 het griffierecht vergoed.
De uitspraak onderstreept het belang van rechtszekerheid in bestemmingsplannen en de noodzaak van een volledige en zorgvuldige voorbereiding van planregels, met name bij milieurelevante vergunningen en bijzondere bouwwerken zoals windturbines.
Uitkomst: Het bestemmingsplan is gedeeltelijk vernietigd vanwege strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en onvolledige regeling voor de windturbine; het beroep van appellant sub 1 is ongegrond.