ECLI:NL:RVS:2014:1012
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens ontbreken geldig paspoort en bewijsnood
Appellante verzocht om naturalisatie voor zichzelf en haar minderjarige kinderen, maar de minister van Binnenlandse Zaken wees dit verzoek af omdat zij geen geldig buitenlands paspoort en geboorteakte kon overleggen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad overwoog dat de staatssecretaris bevoegd is om te eisen dat een verzoeker zijn identiteit en nationaliteit aantoont met gelegaliseerde documenten, waaronder een geldig paspoort. Het ontbreken daarvan leidt ertoe dat de identiteit en nationaliteit onvoldoende vaststaan. Bewijsnood kan vrijstelling geven, maar appellante had niet aannemelijk gemaakt dat zij niet in staat was om een paspoort te verkrijgen, bijvoorbeeld door terugkeer naar haar land van herkomst of via derden.
De stelling dat zij vanwege persoonlijke omstandigheden niet naar Azerbeidzjan kan reizen, werd niet met bewijsstukken onderbouwd. Ook het ontbreken van financiële middelen om een derde in te schakelen, was onvoldoende om bewijsnood aan te nemen. De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 19 maart 2014.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd.