ECLI:NL:RVS:2014:1024
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verlengingsbesluit bewaringsmaatregel vreemdeling wegens onrechtmatigheid
De vreemdeling maakte bezwaar tegen de verlenging van zijn bewaringsmaatregel met maximaal twaalf maanden door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het verlengingsbesluit onrechtmatig was omdat het niet voldeed aan de vereisten van artikel 59, zesde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. In het besluit ontbraken de noodzakelijke gronden die verlenging rechtvaardigen, zoals het niet meewerken van de vreemdeling aan zijn uitzetting of het ontbreken van benodigde documentatie uit derde landen. De rechtbank had ten onrechte ook buiten het besluit gelegde gronden meegewogen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het verlengingsbesluit, en kende de vreemdeling een schadevergoeding toe over de periode van 8 oktober 2013 tot 5 november 2013. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het verlengingsbesluit is vernietigd en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding toegekend.