ECLI:NL:RVS:2014:1097
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid intrekking verblijfsvergunning asiel door staatssecretaris
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft op 13 december 2012 de verblijfsvergunning asiel van de vreemdeling, zowel voor bepaalde als onbepaalde tijd, met terugwerkende kracht ingetrokken. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die het besluit vernietigde op grond van het vertrouwensbeginsel, hoewel hij dit niet als beroepsgrond had aangevoerd.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de rechtbank buiten de grenzen van het geschil was getreden door het vertrouwensbeginsel ambtshalve te betrekken, terwijl dit niet was aangevoerd. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
De Afdeling toetste vervolgens het besluit van de staatssecretaris aan de aangevoerde beroepsgronden in eerste aanleg. De vreemdeling had aangevoerd dat artikel 4:84 Awb Pro (bijzondere omstandigheden) had moeten worden toegepast vanwege zijn langdurig verblijf, bedrijf en kinderen in Nederland. De Afdeling oordeelde dat deze omstandigheden reeds in het beleid waren betrokken en niet als bijzondere omstandigheden konden gelden.
Daarom werd het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De Afdeling bevestigde daarmee de rechtmatigheid van het besluit van de staatssecretaris tot intrekking van de verblijfsvergunning.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de intrekking van zijn verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.