ECLI:NL:RVS:2014:1127
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- T. Hartsuiker
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing vertrekmoratorium asielzoeker
De vreemdeling had een aanvraag gedaan voor een vertrekmoratorium, welke door de minister voor Immigratie en Asiel op 20 juli 2011 werd afgewezen. Na een bezwaarprocedure werd dit besluit op 3 juli 2012 bevestigd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze beslissing gegrond en vernietigde het besluit, waarna zowel de staatssecretaris als de vreemdeling hoger beroep instelden bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat het vertrekmoratorium voor asielzoekers uit Syrië gold van 7 juli 2011 tot 7 juli 2012, waardoor de vreemdeling niet meer onder dit moratorium viel. Hierdoor had de vreemdeling geen belang bij een gegrondverklaring van zijn hoger beroep. De Afdeling verklaarde daarom het hoger beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk.
Daarnaast oordeelde de Afdeling dat de rechtbank ten onrechte niet-ontvankelijkheid van het beroep van de vreemdeling had uitgesloten. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep wordt afgewezen.