ECLI:NL:RVS:2014:1142
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.J. van Buuren
- M.W.L. Simons-Vinckx
- R. Uylenburg
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaarde beroepen tegen aanwijzing Natura 2000-gebied Kempenland-West
Bij besluit van 25 april 2013 heeft de staatssecretaris van Economische Zaken het gebied Kempenland-West aangewezen als speciale beschermingszone volgens de Habitatrichtlijn, waarmee het gebied is aangewezen als Natura 2000-gebied. Appellanten, waaronder een particuliere burger en ASR Levensverzekering N.V., hebben beroep ingesteld tegen dit besluit.
De beroepen richten zich onder meer op de aanwezigheid van de kleine modderkruiper in het gebied, de samenstelling en begrenzing van deelgebieden binnen het Natura 2000-gebied, en de gevolgen voor agrarische bedrijfsbelangen en uitbreidingen van parkeerterreinen. De staatssecretaris heeft gesteld dat de kleine modderkruiper recentelijk is waargenomen en dat ecologische criteria leidend zijn bij de aanwijzing en begrenzing van het gebied.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het enkele betoog dat geen bewijs is geleverd voor de aanwezigheid van de kleine modderkruiper onvoldoende is om aan de waarnemingen te twijfelen. Verder is het niet vereist dat elk deelgebied afzonderlijk alle habitattypen en soorten bevat waarvoor het gebied is aangewezen. Ook mogen bij de begrenzing uitsluitend ecologische criteria worden gehanteerd, zodat economische belangen buiten beschouwing blijven. De beroepen worden ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen tegen het aanwijzingsbesluit Natura 2000-gebied Kempenland-West worden ongegrond verklaard.