ECLI:NL:RVS:2014:1178
Raad van State
- Hoger beroep
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit CBR ongeldigverklaring rijbewijs en oplegging alcoholslotprogramma
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) verklaarde het rijbewijs van appellante ongeldig en legde haar een alcoholslotprogramma op naar aanleiding van een melding van de politie dat zij weigerde mee te werken aan een ademanalyseonderzoek. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het CBR ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel, maar appellante ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling constateerde dat het CBR bij de behandeling van het bezwaar in strijd met artikel 6:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft gehandeld door het bezwaar niet door te zenden naar de rechtbank. Hierdoor was de uitspraak van de rechtbank niet houdbaar en werd deze vernietigd. De Afdeling stelde vast dat het besluit van 23 augustus 2012 als heroverweging van het eerdere besluit van 16 mei 2012 moet worden gezien.
Inhoudelijk oordeelde de Afdeling dat het CBR terecht uitging van het proces-verbaal van de politie, waarin werd vastgesteld dat appellante had geweigerd mee te werken aan het ademanalyseonderzoek. Het feit dat bloedonderzoek later wel plaatsvond, was niet relevant voor het onderzoek waar het besluit op gebaseerd was. Het beroep tegen het besluit van 23 augustus 2012 werd ongegrond verklaard.
De Afdeling veroordeelde het CBR tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellante. Hiermee werd het hoger beroep gegrond verklaard en het eerdere vonnis van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het besluit van 15 november 2012 van het CBR vernietigd.