ECLI:NL:RVS:2014:125
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen oplegging Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer door CBR ongegrond verklaard
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) legde appellant op 20 februari 2012 een Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (EMG) op vanwege afwijkend rijgedrag op 4 januari 2012. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat aanvankelijk niet-ontvankelijk werd verklaard, waarna de rechtbank het beroep ongegrond verklaarde. Het hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgde.
Het CBR trok het eerdere besluit van niet-ontvankelijkheid in en besloot inhoudelijk op het bezwaar, dat zij ongegrond verklaarde. De Afdeling oordeelde dat appellant geen belang meer had bij de beoordeling van het eerdere niet-ontvankelijkheidsbesluit. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Inhoudelijk oordeelde de Afdeling dat het CBR terecht de EMG oplegde op basis van een schriftelijke mededeling van de politie en het proces-verbaal van 6 augustus 2012. Appellant voerde onjuistheden aan in het proces-verbaal, maar deze waren onvoldoende om de waarnemingen die aan de maatregel ten grondslag liggen te betwisten. Ook het verwijzen naar een strafrechtelijk vonnis deed niet af aan de rechtmatigheid van de bestuursrechtelijke maatregel.
De Afdeling verklaarde het beroep tegen het besluit van 10 juli 2013 ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af omdat appellant geen beroepsmatige rechtsbijstand had ingeschakeld. Het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit van het CBR ongegrond verklaard.